Hoe een vergeten paardenweide transformeerde in een biodivers paradijs – met Anna Kreffer en Geert van Poelgeest van de KNNV
Veldhof, 10 juli 2025
Het is warm, de lucht trilt van insectengezoem. In de schaduw van de veranda neemt Geert van Poelgeest even pauze van een intensieve dag. Ze zijn hier niet voor het eerst. Met hun werkgroep van de KNNV – de Koninklijke Nederlandse Natuurvereniging – komen ze al voor het vierde keer naar de Veldhof. Wat begon als een experiment, is uitgegroeid tot een jaarlijkse traditie.
“We zijn hier eigenlijk om naar insecten te kijken,” vertelt Geert. “Gewoon inventariseren, soorten vastleggen. Maar we steken ook de handen uit de mouwen: hagen knippen, mulchen, wieden. Alles wat bij ecologisch beheer komt kijken.”
Meer dan kijken
De KNNV is een landelijke vereniging die draait op drie pijlers: natuurstudie, educatie en bescherming. “Bij natuurstudie ga je letterlijk op jacht naar soorten,” legt Geert uit. “Educatie betekent onze passie voor de natuur overbrengen. En natuurbescherming is heel praktisch: werken in het veld én juridische procedures opstarten als dat nodig is.”
De insectenreis is onderdeel van een groter geheel. Er is een landelijke insectenwerkgroep én een reiscommissie die dit soort natuurreizen organiseert, zowel in Nederland als daarbuiten.
Ze kozen voor de Veldhof. “Een plek met afwisseling,” vult Anna Kreffer aan.“Je hebt hier een voedselbos, een groentetuin, bloemrijke velden. Overdag gaan we het veld in, ’s avonds zijn er lezingen in de Stayoke waar we ook overnachten. Alles klopt hier.”
Registratie geeft inzicht
Door het jaarlijks terugkomen ontstaat er iets bijzonders: een langetermijnbeeld van de biodiversiteit. “In 2023 hebben we hier 825 insectensoorten geregistreerd,” zegt Geert, wijzend op zijn smartphone. “In 2024 waren we er niet, en zie je direct een enorme daling: slechts 34 soorten zijn dat jaar gemeld.”
“Dat laat zien hoe afhankelijk data is van aanwezigheid,” benadrukt Anna. “Het zegt niet per se dat er minder leeft, maar dat er minder gekeken is.”
Toch signaleren ze wel degelijk een trend. “In 2021 telden we 105 soorten, in 2022 waren dat er 244. Dat is een gigantische sprong. Ja, deels komt dat doordat we beter kijken, maar de natuur hier is ook echt rijker geworden.”
Van kale weide naar oase
Veldhof was ooit een paardenweide. Nu is het een schoolvoorbeeld van natuurlijke regeneratie.
“In een paardenwei kom je weinig tegen,” zegt Anna. “Wat gras, misschien wat brandnetel. Hier zie je open plekken, bloemrijke randen, nestgelegenheid voor wilde bijen. Dat is perfect voor onze inheemse natuur.”
Geert: “Het is eigenlijk net als bij mensen: teveel voeding is ook niet goed. In rijke landbouwgrond zie je vooral braam, brandnetel en berenklauw – wij noemen dat de BBB. Hier is de grond schraler, en dat levert veel meer diversiteit op.”
‘We komen ogen en oren tekort’
Wat opvalt dit jaar, is de aanwezigheid van grote insecten. “Sluipvliegen, zweefvliegen, wespen, bijen… er vliegt hier echt van alles,” zegt Anna.
“Vorig jaar moest ik echt zoeken. Nu zie je meteen op elke bloem meerdere soorten. Ik kom gewoon ogen en oren tekort,” zegt ze enthousiast. “Het is alsof alles hier tot leven komt.”
Je ziet dat zelfs terug in de reeën populatie. “Ze komen hier het voedselbos in, vooral ’s avonds. Als je goed let op de windrichting, kun je soms tot op vier meter naderen. Ze voelen zich hier veilig, dat zegt ook iets over de balans in het ecosysteem.”
Nachtvlinders en plannen voor de toekomst
De groep overweegt nu ook nachtvlinderen. “We hebben een mobiele val met accu,” legt Geert uit. “Je zet ’m neer, en de volgende ochtend kijk je wat erin zit. Dat is echt magisch – een wereld die ’s nachts leeft en die je anders nooit ziet.”
Toch is er nog genoeg te onderzoeken. Bijvoorbeeld: herstelt de biodiversiteit hier nu echt? Kun je dat wetenschappelijk aantonen?
“Dat is een lastige vraag,” zegt Geert eerlijk. “Insecten zijn zó divers. Er zijn nauwelijks ecologische criteria voor veel soorten. Maar het is een vraag die we nu echt op willen pakken.”
Anna knikt: “We willen kijken hoe we de voortgang beter kunnen monitoren. Misschien samen met andere werkgroepen. Wat hier gebeurt, is bijzonder. Dat willen we ook zichtbaar maken.”
Een tuin van de gemeenschap
De tuin is in eigendom bij Stichting levende grond. Een stichting voor en van de gemeenschap. Zij is nu gestart met een crowdfunding om de lening waarmee de grond is gekocht af te lossen. Het doel is om € 110.000,- op te halen. Op die manier zorgen we dat de grond veilig wordt gesteld en dit stukje voor alle generaties na ons gezond voedsel blijft geven.Als je ook wil bijdragen aan dit unieke project, doneer dan via: www.stichtinglevendegrond.nl/doneren
“We zien dit echt als een revolutie van leven,” besluit Anna. “Een plek waar natuur niet alleen herstelt, maar ook mensen inspireert. Dit is wat er gebeurt als je de natuur weer ruimte geeft. En ik durf echt te zeggen: het werkt.”





